In de touwen
“Het liep niet, en zo’n voorstelling moet staan,” zong Maarten van Roozendaal tussen mijn oren. Na een middag waarop mijn ‘Randstedelijk enthousiasme’ (een goedbedoelde duiding door de opdrachtgever) geen heilige grond had gevonden op de Biblebelt. Weinig energie, veel zwaarte, en ik maar trekken. Daarna begon het haarkloven: wat had ik anders kunnen doen? Hoe kon het een volgende keer beter, gevarieerder, interactiever, meer, minder, dikker, dunner, paarser? Mies was ondertussen stilletjes aangeschoven (ik had haar nooit de huissleutel moeten geven) en zanikte ongevraagd mee. Totdat ik haar goed zat was en omruilde voor Elke Wiss, van Socrates op sneakers (boekentip).
Die vroeg me waar ik mijn meeste energie in stak. In de mensen die (bijna) alles wat ik doe toejuichen? In de mensen die het totaal niet boeit wat ik zoal doe of laat? Of in die paar sceptici die hun wenkbrauwen fronsen? Uiteraard in deze laatste groep. Ik wil ze overtuigen, verleiden, meelokken naar mijn fanclub. Maar stel dat dat lukt, grote kans dat mijn oorspronkelijke groupies mij voor gezien houden. Dus wat schiet ik er dan mee op?
Een paar weken later nam ik mezelf weer serieus genoeg om voor het eerst een zakelijke overnachting te boeken en de post Verblijfskosten op te nemen in mijn boekhouding. Het eerste waar mijn oog op viel toen ik de kamer betrad, was een peperdure glossy waarin reclame werd gemaakt voor de prachtige touwlocaties van deze hotelketen. Ik zou in dat geval het kloven achterwege laten en direct de haren uit mijn kop trekken, de hele lading ogenblikkelijk opnieuw laten drukken en daarna een tijdje beschaamd onderduiken. Zo niet deze gerenommeerde exploitant. Wat maakt het uit, een letter meer of minder, perfectie wordt overschat en veel te duur betaald. Dikke pech voor de mevrouw met de gefronste wenkbrauwen, ze behoorde tóch al niet tot onze doelgroep. Misschien neem ik mezelf wel té serieus.
