Nooduitgang

“Ik kan altijd nog terug.” Met dat zinnetje sprak ik mijzelf vaak trillerig toe wanneer ik op het punt stond van de hoge duikplank te springen. Die keer dat ik mijn vaste baan binnen de gehandicaptenzorg opzei, zonder zicht op een nieuw contract elders. Die keer dat ik de werkvloer vaarwel zei om 30 km verderop stafmedewerker te gaan zitten wezen en ruim drie jaar geleden, toen ik besloot zelfstandig trainer te worden en afscheid nam van mijn vakantiegeld, mijn eindejaarsuitkering en mijn pensioenopbouw. Ik kwam ook meestal wel weer terug, maar met een andere blik en zelfbewuster. Zo begeleid ik alweer geruime tijd een jongetje met een beperking en kwam mijn ervaring op de werkvloer érg goed van pas toen ik ging samenwerken met psychisch kwetsbare vrijwilligers.

Maar terug in loondienst? Die deur lijkt definitief in het slot te zijn gevallen. Zeker nu de lente zich voorzichtig aandient kun je me zachtjes horen zingen: “Oh wat is het toch fijn, om zzp’er te zijn”. De vrijheid die het met zich meebrengt is ongekend. Soepel mee kunnen bewegen met hoe het leven zich aandient; op een druilerige zaterdag achter de laptop in ruil voor een zonnige vrijdag op het terras. De wekker op 15:30 uur, na een gebroken nacht kramen bij de mooiste en liefste kleindochter die er bestaat. Nu ken ik ook wel mensen in loondienst die zo in het leven staan, die zonder blikken of blozen later aanschuiven omdat er een kind naar logopedie moet. Of inloggen in het indoor speelparadijs, alsof je daar ook maar één coherente zin per uur geformuleerd krijgt. Maar dat zou mij, Gen X ten voeten uit, nooit lukken: “Niet lullen maar poetsen”. Dus ik poets wat af, maar wel op eigen voorwaarden, met een eigen agenda en als eigen baas.

Grappig genoeg ben ik hierin een lichtend voorbeeld voor een vriend, die het zzp-en al láng voor mij had uitgevonden. Hij noemt me de zzp-fluisteraar. Want blijkbaar spreek ik af en toe vermanend tot hem, wanneer hij ’s nachts piekerend aan het plafond vraagt hoe het toch weer zover heeft kunnen komen. Teveel opdrachten, teveel deadlines, teveel gezeik. “Joehoe, jij werkt alsof je in loondienst bent, dát was toch niet de bedoeling?” schijn ik te roepen. Ik heb werkelijk geen idee want lig ondertussen op één oor en zing een liedje:

“Leve de vrouw van de zzp, van je hiep hiep hiep hoeree”