Reflecties

Als kind kon ik me urenlang verliezen in mijn zelfverzonnen verhalen, in zelf geknutselde huizen van kartonnen dozen en behangstalen. Wanneer de bel op woensdagmiddag ging kroop ik achter de bank en kreeg mijn moeder de opdracht om het verveelde vriendinnetje te vertellen dat ik er niet was. Deels waar, ik zat immers in Barbie World (toen nog niet van roze plastic). Ik was zonder meer een verlegen kind, bekeek de wereld met een vorsende blik, had nu al buikpijn voor het kringgesprek van morgen. Introvert ten voeten uit. 

Later las ik een artikel waarin stond dat je als Introvert wel degelijk wat extraverter gedrag kan gaan vertonen, als je de activiteit of taak maar leuk of zinvol genoeg vindt en het je meer oplevert dan dat het je kost. 

Blijkbaar geeft het training geven mij zóveel voldoening dat ik het voor lief neem dat ik na afloop altijd even bij moet tanken. De Extraverte Introvert ten voeten uit: een kletskous als de ánder de openingszin verzorgt, enthousiast en open (vrijwel niemand die zich dat verlegen kind kan voorstellen) maar ook behoefte aan me-time op zijn tijd, een afgemeten sociale taks en voorafgaand aan elke leuke activiteit, afspraak of training tóch even een zwengel nodig. Eenmaal daar is het (meestal) feest. 

Daar moest ik dus weer even aan denken, toen iemand mij laatst té enthousiast noemde en mijn eerste verontwaardiging was overgewaaid. ‘Enthousiast’, ik krijg het vaak terug in de door mij gevreesde evaluatieformulieren en in gesprekken met psychisch kwetsbare mensen. “Het is heerlijk om af en toe op vakantie te mogen zijn in jouw hoofd”.  Misschien wel één van de mooiste complimenten. Maar deze medaille heeft dus ook een keerzijde. Soms draait de Introvert iets té hard aan de slinger om zich op te peppen voor het feestje en slaat ze door. 

Mijn ouders predikten het al: “Alles waar té voor staat is slecht”. Tevreden, dat mocht dan weer wél. Mijn puberkinderen wisten er later nog een scheut Tequila aan toe te voegen. Maar ook de wat beter bekende Daniel Ofman sprak er over in zijn kernkwadranten: “Teveel van het goede is je valkuil”. Dus wat wordt dan nu mijn uitdaging? Ik denk iets met Rust. Kost denk ik ook minder energie. Win-win!